Universaliteit
Er leiden vele wegen ‘naar Rome’. In feite net zoveel wegen als er mensen zijn. Ieder mens draagt zijn eigen goddelijke oorsprong en afkomst in zich. Alle mensen zijn erfgenaam van hetzelfde ouderpaar. Dat ouderpaar kan worden beschouwd als Vader – Moeder, als Shiva-Shakti in de Indiase mythologie, als Isis – Osiris bij de Egyptenaren en zo zijn er vele voorbeelden. In het Westen kenden we een oertraditie met de Moederkant van de schepping in de vorm van de Magna Mater of de Grote Moeder. De latere Joods-Christelijke beschaving eert de Vader als Goddelijke oorsprong en als schepper. Zo kent elke plaats en tijd zijn eigen vormgeving.
De mens zelf is goddelijk en onsterfelijk en iedere menselijke ziel heeft haar eigen missie of functie in het leven te volbrengen. Als één leven niet genoeg is, kunnen er oneindig veel levens op volgen want tijd is een oneindig begrip. Het is bekend dat het kleinere nimmer het grotere kan omvatten of begrijpen. Dat geeft maar frustratie. Begrip rijst juist op wanneer het kleinere opgaat in het grotere. Om uit te groeien zal onze geest zich open stellen voor een ruime wereld. Dit is de basis voor ruimhartigheid, voor vrijheid en vrijgevigheid.
Een universele religie zal alomvattend zijn en zal alle religies en overtuigingen omvatten. Dat kan als die religie de ziel rechtstreeks terugvoert tot Datgene waarin we allen één zijn. Met Kerstmis gedenken we hoe dat Ene telkens opnieuw geboren wordt in weer een kans om tot de waarheid zelf – de werkelijkheid – te komen. Wij zijn allemaal kinderen van het licht. Ogen gaan stralen in verbondenheid met dat licht. Dat maakt kerstmis al sinds de oertijd een moment waarin wij ons ergens diep verbonden weten.
Een stralend kerstfeest!
Paul van Oyen